GT1
Van de eerste serie paardentramrijtuigen (serie 1 -25), gebouwd in 1879 door Beijnes in Haarlem. Uiteindelijk bestond het paardentramrijtuigpark bij de RTM…
1
GT1
Van de eerste serie paardentramrijtuigen (serie 1 -25), gebouwd in 1879 door Beijnes in Haarlem. Uiteindelijk bestond het paardentramrijtuigpark bij de RTM…
Reiger · 1602
Motorwagen
In 1950 bouwde de Centrale Werkplaas van de RTM de MABD 1602 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). Als basis voor de…
Puttershoek · 1651
Dieselloc
In 1951 bouwde de firma Spoorijzer 2 locs, waaronder de M 1651, voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). In de locs zijn…
Oud-Beijerland · 1653
Dieselloc
In 2004 bouwde de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM) de M 1653. Deze loc is gebouwd om het historische materieel…
Sperwer · 17.00
Generatorwagen
Sperwer Tramstel: Generatorwagen RTM MBD1700 "Sperwer" In 1963 bouwde de frima N.V. Carrosseriefabriek 'Hoogeveen' en de Centrale werkplaats RTM de Generatorwagen MBD1700…
Sperwer · 17.01-17.02
Tramstel
In 1955 bouwde de firma Düsseldorfer Waggonfabriken A.G. de ET195.02 voor de Deutsche Bahn (DB). Na het opheffen van de electrische tramlijn…
Kievit · 1804
Motorwagen
In 1924 bouwde de Hannoverische Waggonfabrik A.G. 3 motorrijtuigen, waaronder de AB 315, voor de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). Bij aflevering had de…
Meeuw · 1805
Motorwagen
In 1952 bouwde de firma N.V. Carrosseriefabriek 'Hoogeveen' samen met de Centrale werkplaats RTM in Rotterdam de MD 1805 voor de N.V.…
Backertje
Stoomloc
Replica van de laatste in dienst zijnde vierkante locomotief (type ‘Backertje’) van de RTM, uit dienst in 1955. Het origineel is gebouwd…
Stoomloc
Gebouwd in 1913 door de firma Henschel & Sohn in Kassel (Duitsland). Gerestaureerd, dienstvaardig en voorzien van nieuwe ketel.
Stoomloc
Gebouwd in 1916 in Berlijn-Drewitz door Orenstein & Koppel. Gerestaureerd, dienstvaardig en voorzien van nieuwe ketel. In de periode 1915-1920 bouwde de…
Stoomloc
In de periode 1915-1920 bouwde de firma Orenstein & Koppel A.G. de 51 - 58 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De…
Stoomloc
Geheel in originele staat en te bezichtigen. Voorzien van elektrische verlichting zoals voor de Tweede Wereldoorlog in gebruik was op sommige lijnen.…
67
Dieselloc
Diesel-electrische locomotief RTM M 67 In 1913 bouwde de firma Allan de post-bagagewagen LE 103 voor de Maas Buurtspoorweg (MBS), later de…
1513
Rijtuig
1907–1916 als A 804 in dienst • 1916–1950 als A 304 in dienst • 1950–1960 omgebouwd naar AB 1513 • 1960–1966 omgebouwd…
1515
Rijtuig
1908–1916 als A 806 in dienst • 1916–1952 Als A 306 in dienst • 1952–heden als B 1515 in dienst
1517
Rijtuig
1631
Rijtuig
In 1914 bouwde Allan te Rotterdam de AB10 voor de Maas-Buurtspoorweg (MBS) waar hij ingezet werd op de tramlijn Nijmegen-Venlo. Bij aflevering…
363
Rijtuig
In 1905 bouwde la Haine St. Pierre de AB363 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB363 maakte onderdeel uit van de…
364
Rijtuig
In 1905 bouwde la Haine St. Pierre de AB364 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB364 maakte onderdeel uit van de…
367
Rijtuig
In 1905 bouwde la Haine St. Pierre de AB367 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB367 maakte onderdeel uit van de…
394
Rijtuig
In 1906 bouwde Allan te Rotterdam de rijtuigen serie 1-6 voor de Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg (TBC), die op enkele details na gelijk waren…
396
Rijtuig
In 1906 bouwde Allan te Rotterdam de rijtuigen serie 1-6 voor de Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg (TBC), die op enkele details na gelijk waren…
398
Rijtuig
In 1906 bouwde Allan te Rotterdam rijtuig 5 voor de Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg (TBC). Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse…
414
Rijtuig
In 1913 bouwde Allan te Rotterdam de AB4 voor de Maas-Buurtspoorweg (MBS) waar het ingezet werd op de tramlijn Nijmegen-Venlo. Bij aflevering…
417
Rijtuig
In 1913 bouwde Allan te Rotterdam de AB6 voor de Maas-Buurtspoorweg (MBS) waar het ingezet werd op de tramlijn Nijmegen-Venlo. Bij aflevering…
438
Rijtuig
In 1949 omgebouwd vanaf de 336.
Onderstel voor laadkist
Eerste vorm van "container"-vervoer. De wagen bestaat uit een onderstel, waar zogenaamde laadkisten op staan. Op de RTM 1038 staat nu de…
Gesloten goederenwagen
Kampeerwagen
Replica nr. 6
291
Postwagen
Stukgoedwagen
Replica ex P 295
298
Conducteurs-bagagewagen
376
Rijtuig
In 1906 bouwde la Haine St. Pierre de AB376 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB376 maakte onderdeel uit van de…
Bakwagen
Bakwagen met losse hekken
Gesloten goederenwagen
Gesloten goederenwagen
Gesloten goederenwagen
Huidige kleur is in het grijs.
Gesloten goederenwagen
Gesloten goederenwagen
Melkwagen
Gesloten goederenwagen
Gesloten goederenwagen
Bakwagen
Platte wagen met rongen
Werktram
Spoorkraan
De RTM 777 is in 2004 gebouwd door de RTM. De spoorkraan wordt tijdens onderhoud aan het spoor. Het betreft hier dus…
Werktram
Platte wagen
Gebouwd voor de werktram, ter ontlasting van historisch materieel
Werktram
Platte wagen met container
De v/h/ RTM beschikt over een "nieuw" vervaardigde werktram. Hierdoor wordt het historische RTM materieel gespaard. De RTM 779 is hiervan een…
Werktram
Vierassige gereedschapswagen
Ongevallenwagen
Platte wagen
Werktram
Ballastwagen
Laadkist
RTM 903 is een zogenaamde laadkist. Bij de RTM was de eerste vorm van containervervoer te vinden. De laadkisten konden van platte…
Bakwagen
Grasklokje · 107
semi-toerbus
Leyland/Den Oudsten RTM 107, ‘Grasklokje’, is een semi-toerbus uit een serie voor de RTM aangepaste standaardstreekbussen. Het is de laatste bus die…
40
Streekbus
Van Oeveren 40 uit 1986, één van de laatste uit enkele series van de standaardstreekbussen van destijds (serie 3500-3938). Deze bus is…
Atalanta · 82
Pontbus
Pontbus RTM 82, ‘Atalanta‘ is onlangs uitwendig volledig gerestaureerd. De bus wordt als statisch object in het RTM-museum tentoon gesteld. Bij de…
Bus
‘Bellewagen‘ uit 1947. De RTM heeft deze Austin brandweerauto met een aantal soortgenoten aangekocht uit de Britse legerdump. Er zat een grote…
Veerpont
De RTM verzorgde ook verbindingen tussen de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden per schip. Een van de kleine vaartuigen uit de vloot van…
Vrachtwagen
1
Van de eerste serie paardentramrijtuigen (serie 1 -25), gebouwd in 1879 door Beijnes in Haarlem. Uiteindelijk bestond het paardentramrijtuigpark bij de RTM uit 181 stuks, bij verschillende bouwers besteld, en deed dienst in de steden waar de RTM actief was. Het paardentramrijtuig GT1, in het museum tentoongesteld, komt uit dezelfde serie.
Reiger · 1602
In 1950 bouwde de Centrale Werkplaas van de RTM de MABD 1602 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). Als basis voor de verbouwing diende de ME 16 van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg- Maatschappij (ZVTM), welke in 1936 was gebouwd uit een personenrijtuig van de zelfde maatschappij. De RTM heeft totaal vijf motorrijtuigen uit de serie overgenomen van de ZVTM, de bedoeling was ook deze om te bouwen naar voorbeeld van de 1602 echter dit is nooit uitgevoerd. De laatste vier kwamen bij de RTM in dienst onder de nummers MBD 70 en 72-74.
De 1602 heeft 6 zitplaatsen in de eerste klasse, 17 in de tweede klasse en een bagageafdeling. Bij de RTM heeft de motorwagen vooral dienst gedaan op de lijn Zijpe - Burgh. Na opheffing van deze lijn, als gevolg van de overstromingen bij de watersnoodramp in 1953, werd de motorwagen overgebracht naar de Hoekse Waard en daarna naar Goeree-Overflakkee. Daarna heeft de 1602 nog op de lijnen van Rotterdam naar Voorne-Putten dienst gedaan. Bij de opheffing kwam de motorrijtuig in het bezit van de Tramweg Sitchting (TS). Op dit moment is de motorrijtuig eigendom van de S. v/h RTM.
Puttershoek · 1651
In 1951 bouwde de firma Spoorijzer 2 locs, waaronder de M 1651, voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). In de locs zijn diverse onderdelen (de versnellingsbak, assen, lagerhuizen met veerpakketten en zijframes) afkomstig van de Oersiks van de Nederlandse Spoorwegen (NS).
In 1972 is de loc buiten dienst gesteld. Al in 1973 kon de M 1651 worden opgenomen in de collectie van de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). Hier werd de loc in de periode 1973-1974 binnen genomen voor onderhoud en restauratie. Tot de dag van vandaag doet de loc regelmatig rangeerwerkzaamheden.
Oud-Beijerland · 1653
In 2004 bouwde de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM) de M 1653. Deze loc is gebouwd om het historische materieel te ontlasten en word gebruikt voor het rijden van de werktreinen. Voor de bouw van de loc zijn onderdelen gebruikt van materieel van de Duitse museumbaan Molli. Maar ruim 90% is gebouwd door de S. v/h RTM zelf gebouwd.
De M 1653 is ingericht met uitstekende faciliteiten voor de baanploeg, onder andere een uitgebreide zitmogelijkheid met tafel en een koffiezetapparaat.
Sperwer · 17.00
In 1963 bouwde de frima N.V. Carrosseriefabriek 'Hoogeveen' en de Centrale werkplaats RTM de Generatorwagen MBD1700 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De carrosserie werd geleverd door Hoogeveen en gebouwd op een nieuw onderstel op oude wielstellen. De MBD1700 kon alleen rijden in combinatie met één van de EB-rijtuigen (1701 en 1702).
In Duitsland kon de RTM 2 "Grossraum"-motorwagens kopen van de opgeheven electrische tramlijn van de Deutsche Bahn (DB). Doordat de RTM geen bovenleiding had ontstond de behoefte aan een generatorwagen die zorgde voor de electriciteit, de RTM MBD1700. Samen met de RTM EB1701 en EB1702 vormt het het Sperwertramstel.
In december 1963 kwam het Sperwertramstel in dienst bij de RTM, nog geen 2 jaar later, op 6 november 1965, reed het stel zijn laatste rit tussen Rotterdam Rosestraat en Spijkenisse. Na de opheffing van het RTM-tramnet is het Sperwerstel verkocht aan de Zillertal Bahn (ZB) in Oostenrijk. Hier werd het stel omgespoord tot 760 mm en kwam in dienst als VT1.
In 1994 dreigde buitendienststelling bij de ZB, in Nederland is toen een stichting opgericht met als doel het terug halen van het Sperwertramstel naar Nederland. In 1999 kon de koop worden beklonken, waarna het stel bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM) kon worden ondergebracht.
Bij de S. v/h RTM is begonnen met het rijvaardig maken van het tramstel. De draaistellen moesten weer worden omgespoord van 760 mm naar 1067 mm. De Essener Verkehrs AG heeft de draaistellen van de Düwagwagens (EB1701 en EB1702) gereviseerd en omgespoord. De draaistellen van de MBD1700 zijn in eigen beheer door de S. v/h RTM onder handen genomen. Na totale revisie kon in augustus 2001 begonnen worden aan de proefritten.
In 2002 is het Sperwertramstel weer in dienst genomen, waarna in de periode 2002 - 2003 het stel weer in de RTM-kleuren geschilderd is. Na het overschilderen kon worden begonnen aan het interieur.
Sperwer · 17.01-17.02
In 1955 bouwde de firma Düsseldorfer Waggonfabriken A.G. de ET195.02 voor de Deutsche Bahn (DB).
Na het opheffen van de electrische tramlijn van de DB werden 2 Grossraum"-motorwagens gekocht door de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). Door de Centrale wekplaats van de RTM zijn de motorwagenverbouwd om dienst te doen in combinatie met de MBD1700 als Sperwertramstel.
In Duitsland kon de RTM 2 "Grossraum"-motorwagens kopen van de opgeheven electrische tramlijn van de Deutsche Bahn (DB). Doordat de RTM geen bovenleiding had ontstond de behoefte aan een generatorwagen die zorgde voor de electriciteit, de RTM MBD1700. Samen met de RTM EB1701 en EB1702 vormt het het Sperwertramstel.
In december 1963 kwam het Sperwertramstel in dienst bij de RTM, nog geen 2 jaar later, op 6 november 1965, reed het stel zijn laatste rit tussen Rotterdam Rosestraat en Spijkenisse. Na de opheffing van het RTM-tramnet is het Sperwerstel verkocht aan de Zillertal Bahn (ZB) in Oostenrijk. Hier werd het stel omgespoord tot 760 mm en kwam in dienst als VT1.
In 1994 dreigde buitendienststelling bij de ZB, in Nederland is toen een stichting opgericht met als doel het terug halen van het Sperwertramstel naar Nederland. In 1999 kon de koop worden beklonken, waarna het stel bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM) kon worden ondergebracht.
bij de S. v/h RTM is begonnen met het rijvaardig maken van het tramstel. De draaistellen moesten weer worden omgespoord van 760 mm naar 1067 mm. De Essener Verkehrs AG heeft de draaistellen van de Düwagwagens (EB1701 en EB1702) gereviseerd en omgespoord. De draaistellen van de MBD1700 zijn in eigen beheer door de S. v/h RTM onder handen genomen. Na totale revisie kon in augustus 2001 begonnen worden aan de proefritten.
In 2002 is het Sperwertramstel weer in dienst genomen, waarna in de periode 2002 - 2003 het stel weer in de RTM-kleuren geschilderd is. Na het overschilderen kon worden begonnen aan het interieur.
Kievit · 1804
In 1924 bouwde de Hannoverische Waggonfabrik A.G. 3 motorrijtuigen, waaronder de AB 315, voor de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). Bij aflevering had de RTM AB 315 17 zitplaatsen eerste klasse en 23 tweede klasse.
In 1953 werd het motorrijtuig geheel gemoderniseerd. De teakhouten zijbetimmering maakte plaats voor staalplaten. Ten koste van 3 eerste klasse en 9 tweede klasse zitplaatsen werd er een bagageafdeling gebouwd. Ook de koppen van het motorrijtuig werden veranderd en zo verdwenen ook de karakteristieke koelers op het dak. De oude motor werd vervangen door een nieuwe, een zes cilinder van Deutz. Na de modernisering kwam het in dienst als de MABD 1804 “Kievit”.
Uiteindelijk heeft het motorrijtuig dienst gedaan tot 1966, tot aan de opheffing van de laatste RTM-tramlijn. De RTM MABD 1804 “Kievit” kwam in bezit van de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het motorrijtuig ondergebracht in de collectie van de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). In de loop van de jaren heeft het motorrijtuig diverse restauraties ondergaan, onder andere in1975, 1987-1989, 1996-1997 en 2010-2011. Sindsdien is de motorwagen weer rijvaardig.
Dieselmotorrijtuig RTM MABD 1804 is een belangrijke representant van een belangrijke ontwikkeling in het Hollandse railvervoer: de toepassing van dieselmechanische overbrengingen bij interlokale tramwegen. Tijdens diverse restauraties zijn er nieuwe draaistellen, vervaardigd uit oude onderdelen, geplaatst. Daarnaast is er ook plaatwer vervangen en zijn de banken voorzien van nieuw leer. Het motorrijtuig is beoordeeld met aan A-status.
Meeuw · 1805
In 1952 bouwde de firma N.V. Carrosseriefabriek 'Hoogeveen' samen met de Centrale werkplaats RTM in Rotterdam de MD 1805 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De loc komt voort uit de in 1951 verbrande RTM M 69 en is herbouwd op het frame van deze loc. De M 69 was in 1948 bij de RTM in dienst gekomen, nadat deze was verbouwd uit de loc DV van de Maasbuurtspoorweg (MBS).
De RTM MD 1805 is tot het einde van de tramdiensten van de RTM in dienst gebleven. Na de staking van de dienst werd de getracht de loc te verkopen aan het buitenland, wat echter niet tot resultaat leidde. Hierdoor kon de Tramweg Stichting de RTM MD 1805 in 1967 verwerven. Uiteindelijk is de loc ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM) In de periode 1982 - 1986 heeft de loc een restauratie / revisie ondergaan, als mede een draaistelrevisie die in de winter 1999 - 2000 uitgevoerd is.
Tijdens de restauratie zijn diverse onderdelen vervangen, zo zijn de trucks volledig nieuw gebouwd inclusief nieuwe gelaste aspotten. Ook de complete electische bedrading is vervangen. Nog orgineel zijn het dak als mede de technische installatie.
Backertje
Replica van de laatste in dienst zijnde vierkante locomotief (type ‘Backertje’) van de RTM, uit dienst in 1955. Het origineel is gebouwd door de firma Werkspoor in Amsterdam, de replica wordt in eigen beheer gebouwd. De nieuwe ketel staat ter bezichtiging in het museum. Giften om de herbouw te bekostigen zijn welkom!
Gebouwd in 1913 door de firma Henschel & Sohn in Kassel (Duitsland). Gerestaureerd, dienstvaardig en voorzien van nieuwe ketel.
test
Gebouwd in 1916 in Berlijn-Drewitz door Orenstein & Koppel. Gerestaureerd, dienstvaardig en voorzien van nieuwe ketel.
In de periode 1915-1920 bouwde de firma Orenstein & Koppel A.G. de 51 - 58 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De stoomlocs vertegenwoordigde een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de Nederlandse Interlokale Tramwegegen. Er werden nieuwe technieken toegepast, zoals een oververhitter en een voorwarmerinstallatie.
De voorverwarmingsinstallatie is in de jaren '50 verwijderd. In 1963 is de RTM 54 buiten dienst gesteld en vervolgens in 1966 in de collectie van de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM) opgenomen. In 1976 heeft de loc een kleine restauratie/revisie ondergaan. In de periode 1996 - 2006 is de loc binnengenomen voor een algehele restauratie. Bij deze restauratie is onder andere de ketel en de beplating vervangen. In 2003 werd de RTM weer als nieuw in dienst gesteld.
De RTM 54 is gerestaureerd naar zijn toestand in de periode 1950 tot 1956 (periode 3B).
In de periode 1915-1920 bouwde de firma Orenstein & Koppel A.G. de 51 - 58 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De stoomlocs vertegenwoordigde een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de Nederlandse Interlokale Tramwegegen. Er werden nieuwe technieken toegepast, zoals een oververhitter en een voorwarmerinstallatie.
In 1963 is de RTM 56 buiten dienst gesteld en vervolgens in 1966 in de collectie van de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM) opgenomen. In de periode 1972 - 1974 heeft de loc een algehele restauratie ondergaan. Sinds 1974 doet de loc dienst bij de Stichting v/h RTM. Voor de periode 2008 - 2010 staat een grote restauratie gepland, waarbij de loc een nieuwe ketel zal krijgen, die de huidige orginele ketel uit 1920 vervangt.
Geheel in originele staat en te bezichtigen. Voorzien van elektrische verlichting zoals voor de Tweede Wereldoorlog in gebruik was op sommige lijnen.
In de periode 1915-1920 bouwde de firma Orenstein & Koppel A.G. de 51 - 58 voor de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De stoomlocs vertegenwoordigde een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de Nederlandse Interlokale Tramwegegen. Er werden nieuwe technieken toegepast, zoals een oververhitter en een voorwarmerinstallatie.
In 1963 is de RTM 57 buiten dienst gesteld en vervolgens in 196.? in de collectie van het Nederlands Spoorweg Museum opgenomen. Hier heeft de loc lange tijd buiten gestaan, tot de start van de groot schalige verbouwing in 2003. De RTM 57 is toen naar de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij overgebracht en in oneindige bruikleen afgestaan. De loc zal bewaard worden in niet rijvaardige staat als representatief voorbeeld van de laatste moderne tramlocomotieven in ons land.
67
In 1913 bouwde de firma Allan de post-bagagewagen LE 103 voor de Maas Buurtspoorweg (MBS), later de EL 103. De wagen werd verbouwd tot dieselloc D IV. In 1946 werd deze dieselloc verkocht aan de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM) en kwam in hetzelfde jaar nog in dienst als de RTM M 68. Tijden een brand in 1947 werd de loc grotendeels verwoest en buiten dienst genomen.
De Centrale werkplaats van de RTM bouwde in 1949 de loc weer op, echter in gewijzigde vorm met bagageruimte. Zeer waarschijnlijk werd er gebruik gemaakt van onderdelen van de MBS EL 101. In 1949 is de loc als RTM M 67 in dienst gekomen en heeft dienst gedaan tot 1966. Na het einde van de tramdienst in februari 1966 werd de M 67 nog gebruikt voor de opbraak van de lijn in Rotterdam.
De door de MBS gebouwde locs stonden model voor de bouw van de RTM M 67. De loc is een belangrijke ontwikkeling in het verloop van de historie van het Nederlands railvervoer. Het betreft hier een van de eerste moderniseringen, het toepassen van motortractie middels bestaand verbouwd materieel. Deze modernisering was nodig om de economische gevolgen van de crisisjaren 1930 het hoofd te kunnen bieden.
Daarna werd hij aangekocht door de Papierfabriek Gennep. Die fabriek was toen erg bekend door een TV spotje over de 'Page patent luierette met plasgootje', een soort pamper. Deze fabriek is/was gevestigd op de terreinen van de vroegere MBS werkplaats, of er althans vlak bij.
In 1966 is de RTM M 67 verworven door de Papierfabriek Gennep en in 1967 in bruikleen afgestaan aan het het Nederlands Spoorwegmuseum (NSM). Hier heeft de loc jaren lang buiten gestaan, tot 1991. In dit jaar is de loc in eeuwigdurende bruikleen afgestaan aan de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). In 1991 is de RTM M 67 overgebracht naar Ouddorp (ZH) alwaar in 1998 is gestart met de restauratie.
Tijdens de restauratie zijn grote delen van de loc, noodgedwongen, opnieuw geconstrueerd. Te denken valt aan de totale bak, de draaistellen en de rolluiken. Nog originele onderdelen zijn de motorinstallatie, elektromotoren, elektrische componenten en de bedieningsinstallatie.
1513
1515
1517
1631
In 1914 bouwde Allan te Rotterdam de AB10 voor de Maas-Buurtspoorweg (MBS) waar hij ingezet werd op de tramlijn Nijmegen-Venlo. Bij aflevering had het rijtuig 6 zitplaatsen eerste klasse, 24 in de tweede klasse en nog eens 6 in het middencompartiment dat naar keuze als eerste of tweede klasse kon worden gebruikt, daarnaast nog eens 10 staanplaatsen per balkon. In 1928 werden ter verbetering van de ventilatie enkele zijruiten van schuifraampjes voorzien. Vanaf september 1944 lag de oorlogsfrontlijn vrijwel gelijk aan de MBS-lijn die dan ook zwaar beschadigd werd. In 1945 werd besloten de lijn niet te herstellen. De rijtuigen werden in 1946 verkocht aan de NV. Rotterdamsche Stoomtram-Maatschappij (RTM).
Bij de RTM kreeg het rijtuig een revisie, waarbij enkele dingen werden gewijzigd. De draaistellen werden omgespoord naar 1067 mm. Eveneens werd het tussenschot tussen de eerste klasse en het middencompartiment verwijderd. Het aantal zitplaatsen bedroeg nu 12 in de eerste klasse en 24 in de tweede klasse. Het rijtuig werd voorzien van een luchtreminstallatie, doorvoerleiding voor vacuümrem, Rosé verwarmingsinstallatie (naast de stoomverwarming) en elektrische verlichting. Daarnaast werden de schuifraampjes verwijderd. Uiteindelijk kwam de MBS AB10 als RTM AB415 in 1946 in dienst.
De AB415 werd in 1949 afgevoerd na ernstige aanrijdingschade. Het onderstel werd vervolgens door de Centrale Werkplaats aan de Kromme Zandweg in Rotterdam gebruikt om een rijtuig, passend bij de MABD 1602 te bouwen. In 1950 kwam de BPD 1631 in dienst met een rijtuigbak in de stijl van de MABD 1602. Er waren 23 zitplaatsen t2e klasse plus twee klein e bankjes op het balkon. Verder had het rijtuig een postcompartiment,compleet met sorteertafel en –kast, en aan het andere einde een bagageruimte. Het rijtuig had een Westighouse luchtrem en elektrisch licht. De verwarming vond oorspronkelijk plaats door het koelwater van de MABD 1602. Later werd een Webasto oliekachel aangebracht.
Tot de Watersnood van 1953 reed de combinatie MABD1602+BPD1631 op Schouwen-Duiveland. Daarna in de Hoekse Waard en op Goeree-Overflakkee en tenslotte op Voorne en Putten. Het werd de laatste jaren niet meer in vaste combinatie met de MABD1602 gebruikt maar in willekeurige tramsamenstellingen.
Na de opheffing van de lijn Spijkenisse—Oostvoorne werd het rijtuig niet meer gebruikt en in 1966, na de opheffing van de laatste tramlijn kwam de BPD631 bij de TS in Hellevoetsluis, nadien bij de Stichting v/h RTM.
Wegens de slechte toestand werd de BPD1631 ontmanteld en als platte wagen gebruikt.
Na restauratie kwam de BPD1631 in 2010 in dienst.
De BPD1631 dankt de A-status aan het feit dat het het laatster stoom/motortramrijtuig is dat door een tramwegbedrijf geheel in eigen beheer is ontworpen en gebouwd.
Personenrijtuig RTM BPD1631 vormt samen met motorrijtuig RTM MABD1602 een samenstel van voertuigen (zie Registernummer 20) dat als zodanig van cultuurhistorisch belang is. Het gehele ensemble (M 1602 + 1631) heeft in het Nationaal Register Railmonumenten aldus een A-status.
363
In 1905 bouwde la Haine St. Pierre de AB363 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB363 maakte onderdeel uit van de RTM standaardtype serie AB336-387. Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 in de tweede klasse, daarnaast nog eens 12 staanplaatsen per balkon. Het rijtuig was voorzien van stoomverwarming en petroleumverlichting.
Vanaf 1909 reed het rijtuig rond met een geheel tweede klasse interieur. De eerste klasse kussens waren vervangen door houten banken en de opschriften aangepast. De AB363 ging nu verder door het leven als B363. Omstreeks 1952 werd de petroleumverlichting vervangen door gasverlichting. In een later stadium is het rijtuig voorzien van elektrische verlichting, gevoed door 2 12V accu’s.
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot 1966, tot aan de opheffing van de laatste RTM tramlijn. De RTM B363 ging over naar de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het rijtuig ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). In 1981 en 2000 is het rijtuig gerestaureerd. Tegenwoordig is de B363 in rijvaardige toestand te bewonderen.
De RTM B363 behoort tot het type Métallurgique, maar is hiervan niet de meest representatieve vertegenwoordiger. Het rijtuig is, op enkele beeldbepalende onderdelen en het frame, nieuwbouw. De aanwezige gasverlichting is imitatie. Mede hierdoor heeft het rijtuig een C-status.
364
In 1905 bouwde la Haine St. Pierre de AB364 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB364 maakte onderdeel uit van de RTM standaardtype serie AB336-387. Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 in de tweede klasse, daarnaast nog eens 12 staanplaatsen per balkon. Het rijtuig was voorzien van stoomverwarming en petroleumverlichting.
Vanaf 1909 reed het rijtuig rond met een geheel tweede klasse interieur. De eerste klasse kussens waren vervangen door houten banken en de opschriften aangepast. De AB364 ging nu verder door het leven als B364. In 1921 ondergingen de draaistellen een constructiewijziging, waarbij de schroefveren werden vervangen door bladveren. De nieuwe constructie stak enigszins naar buiten uit ten opzichte van de oude situatie. Omstreeks 1948 werd de petroleumverlichting verwijderd het had het rijtuig geen verlichting meer. Later werd het rijtuig alsnog voorzien van elektrische verlichting, gevoed door 2 12V accu’s. In 1960 kwam er een doorgaande elektriciteitsleiding, zodat de verlichting gevoed kon worden door de motorwagens.
In 1956 werd de B364 klaargemaakt om dienst te doen in de RTM Kindertrams naar Oostvoorne, wat er op neer kwam dat het interieur werd versoberd. Zo verdwenen de bagagenetten en kwamen er doorlopende hardboardplaten boven de ramen. Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot 1961. De RTM B364 ging over naar Het Nederlands Spoorwegmuseum (NSM), maar alvorens het daar naar toe ging werd het in 1963 gerestaureerd. Sinds 2003 is de B364 opgenomen in de collectie van de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM).
De RTM B364 behoort tot het type Métallurgique, maar is hiervan niet de meest representatieve vertegenwoordiger. Het rijtuig is volledig origineel, zoals het bij de RTM in de kindertrams dienst heeft gedaan. Daarnaast is de authentieke elektrische installatie nog compleet aanwezig. Het rijtuig is beoordeeld met een C-status.
367
In 1905 bouwde la Haine St. Pierre de AB367 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB367 maakte onderdeel uit van de RTM standaardtype serie AB336-387. Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 in de tweede klasse, daarnaast nog eens 12 staanplaatsen per balkon. Het rijtuig was voorzien van stoomverwarming en petroleumverlichting.
Vanaf 1909 reed het rijtuig rond met een geheel tweede klasse interieur. De eerste klasse kussens waren vervangen door houten banken en de opschriften aangepast. De AB367 ging nu verder door het leven als B367. Omstreeks 1948 werd de petroleumverlichting verwijderd het had het rijtuig geen verlichting meer. Later werd het rijtuig alsnog voorzien van elektrische verlichting, gevoed door 2 12V accu’s. In 1960 kwam er een doorgaande elektriciteitsleiding, zodat de verlichting gevoed kon worden door de motorwagens.
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot 1966, tot aan de opheffing van de laatste RTM tramlijn. De RTM B367 ging over naar de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het rijtuig ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). In 1981 en 2000 is het rijtuig gerestaureerd. De RTM B367 is nu in rijvaardige toestand te bewonderen.
De RTM B367 behoort tot het type Métallurgique en is het meest orginele exemplaar. Het rijtuig is nog volledig in de staat zoals het in dienst is gekomen, enkel de petroleumverlichting ontbreekt nog (zal bij de volgende restauratie worden aangebracht). Het rijtuig is beoordeeld met een A-status.
394
In 1906 bouwde Allan te Rotterdam de rijtuigen serie 1-6 voor de Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg (TBC), die op enkele details na gelijk waren aan het standaardtype rijtuigen van de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). Na de opheffing van de TBC lijn in 1918 werden de rijtuigen verkocht aan de RTM. Door een groot materieel tekort bij de RTM werden de zes rijtuigen in hun TBC-uitvoering direct in gebruik genomen onder de RTM nummers 1-6. Pas later kregen de rijtuigen hun daadwerkelijke RTM-nummers AB394-399.
De rijtuigen bezaten in eerste instantie gasverlichting, wat in 1923 werd vervangen door elektrische verlichting. Om dienst te kunnen doen achter de nieuwe motorrijtuigen RTM AB315-318 ondergingen de rijtuigen in 1924 enige modificaties, zoals de Westinghouse luchtreminstallatie en een noodremtrekker in het tweede klasse compartiment. In 1954 werd de elektrische verlichting van 1923 vervangen door gasverlichting. Vanaf 1934 werd de AB394 voorzien van een Rosé verwarmingsinstallatie, naast de stoomverwarming. In 1961 werd het rijtuig wederom voorzien van elektrische verlichting en werden Webasto kachels geplaatst.
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot aan de opheffing van de RTM-tramlijn Spijkernisse-Oostvoorne in 1965. De RTM AB394 ging over naar de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het rijtuig ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). In 1980-1981, 1989 en 2003-2005 is het rijtuig gerestaureerd. Tegenwoordig is de AB394 in rijvaardige toestand te bewonderen.
De RTM AB394 behoort tot het type Métallurgique, maar is niet de meest representatieve vertegenwoordiger hiervan. In 1980-1981 is het rijtuig met behulp van nieuwe onderdelen opnieuw opgebouwd. De houten frame is hierbij echter vervangen door een frame bestaande uit stalen kokers (niet zichtbaar). Het rijtuig is beoordeeld met een C-status.
396
In 1906 bouwde Allan te Rotterdam de rijtuigen serie 1-6 voor de Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg (TBC), die op enkele details na gelijk waren aan het standaardtype rijtuigen van de N.V. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). Na de opheffing van de TBC lijn in 1918 werden de rijtuigen verkocht aan de RTM. Door een groot materieel tekort bij de RTM werden de zes rijtuigen in hun TBC-uitvoering direct in gebruik genomen onder de RTM nummers 1-6. Pas later kregen de rijtuigen hun daadwerkelijke RTM-nummers AB394-399.
De rijtuigen bezaten in eerste instantie gasverlichting, wat in 1923 werd vervangen door elektrische verlichting. Om dienst te kunnen doen achter de nieuwe motorrijtuigen RTM AB315-318 ondergingen de rijtuigen in 1924 enige modificaties, zoals de Westinghouse luchtreminstallatie en een noodremtrekker in het tweede klasse compartiment. In 1954 werd de elektrische verlichting van 1923 vervangen door gasverlichting.
Omstreeks 1930 werd de AB396 voorzien van een modern interieur. De houten banken werden vervangen door houten exemplaren met daarop leren kussens. Het aantal zitplaatsen daalde hiermee tot 12 eerste klasse en 24 tweede klasse. Er werd tegelijkertijd een verwarmingsinstallatie van het type Rosé ingebouwd, met een schoorsteen op het dak en twee dicht gemaakte ramen (ter hoogte van de kachels).
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot aan de opheffing van de RTM-tramlijn Spijkernisse-Oostvoorne in 1965. De RTM AB396 ging over naar de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het rijtuig ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). In 1996-1999 is het rijtuig volledig gerestaureerd. Tegenwoordig is de AB396 in rijvaardige toestand te bewonderen.
De RTM AB396 behoort tot het type Métallurgique en vertegenwoordigd de modernisatie van de toenmalige trambedrijven, typerend voor de jaren 30. Het rijtuig is voorzien van een stalen koker frame (niet zichtbaar). Het rijtuig is beoordeeld met een B-status.
398
In 1906 bouwde Allan te Rotterdam rijtuig 5 voor de Stoomtram Tiel-Buren-Culemborg (TBC). Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 in de tweede klasse, daarnaast nog eens 12 staanplaatsen per balkon. In 1918 is de TBC 5 wegens beëindiging van de de TBC-tramlijn, samen met 5 serie genoten, verkocht aan de NV. Rotterdamsche Stoomtram-Maatschappij (RTM). In 1919 werd het rijtuig in dienst genomen bij de RTM als AB1. Mogelijk werd dit nummer gebruik, omdat er plannen bestonden om de overgenomen serie te verbouwen tot post-bagagewagen. Echter dit is er nooit van gekomen en is het rijtuig later omgenummerd naar RTM AB398.
De rijtuigen bezaten in eerste instantie gasverlichting, wat in 1923 werd vervangen door elektrische verlichting. Tegelijkertijd werd er een luchtreminstallatie geplaatst en kwam er een noodremtrekker in het tweede klasse compartiment. Omstreeks 1932 werd de AB394 voorzien van een Rosé verwarmingsinstallatie, naast de stoomverwarming. In 1948/1949 werd het rijtuig voorzien van een modern interieur, waarbij de eerste klasse in dit rijtuig werd verwijderd. De houten banken werden vervangen door houten exemplaren met daarop leren kussens in coupé opstelling. Het aantal zitplaatsen daalde hiermee tot 36 tweede klasse en het rijtuig ging verder door het leven als tweede klasse rijtuig B398. In 1954 werd de elektrische verlichting van 1923 vervangen door gasverlichting. Vanaf 1961 werd het rijtuig wederom voorzien van elektrische verlichting en werden Webasto kachels geplaatst.
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot aan de opheffing van de RTM-tramlijn Spijkernisse-Oostvoorne in 1965. De RTM AB398 ging in 1996 over naar de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het rijtuig ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). In 1971-1977 en 1996-1997 is het rijtuig gerestaureerd. Tegenwoordig is de AB398 in rijvaardige toestand te bewonderen.
De RTM AB398 behoort tot het type Métallurgique en heeft, van de bewaard gebleven rijtuigen, nog de meest oorspronkelijke kenmerken. De bak, het frame en de draaistellen zijn origineel. De teakhouten banken zijn nieuw gebouwd, maar het rijtuig heeft wel de originele elektrische verlichting uit 1923. Het rijtuig is beoordeeld met een A-status.
414
In 1913 bouwde Allan te Rotterdam de AB4 voor de Maas-Buurtspoorweg (MBS) waar het ingezet werd op de tramlijn Nijmegen-Venlo. Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 in de tweede klasse, daarnaast nog eens 12 staanplaatsen per balkon. In 1944 werd de AB4 bij de MBS terzijde gesteld en uiteindelijk in 1946 verkocht aan de NV. Rotterdamsche Stoomtram-Maatschappij (RTM).
Bij de RTM kreeg het rijtuig een kleine revisie, waarbij enkele dingen werden gewijzigd. De draaistellen werden omgespoord naar 1067 mm. Eveneens werd het tussenschot in de eerste klasse verwijderd. Het rijtuig werd voorzien van een luchtreminstallatie, doorvoerleiding voor vacuümrem, Rosé verwarmingsinstallatie (naast de stoomverwarming) en elektrische verlichting. Daarnaast vond ook een kleine herindeling plaats bij de raampartijen. Uiteindelijk kwam de MBS AB4 als RTM AB414 in 1946 in dienst.
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot 1963. De RTM AB414 ging over naar de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het rijtuig ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). Op dit moment is het rijtuig volledig gedemonteerd opgeslagen, maar er bestaan plannen op het rijtuig in de toekomst weer geheel op te bouwen, waarbij gebruik zal worden gemaakt van het originele frame. Daarnaast zullen ook historische houten componenten opnieuw worden verwerkt en de draaistellen zullen worden gebouwd met behulp van oude onderdelen.
De RTM AB414 maakt deel uit van een reeks rijtuigen, die samen met de RTM M67, van cultuur historisch belang zijn. Ze vormen samen een tramstel wat zowel bij de MBS als ook de RTM werd gebruikt in de dienst. Het rijtuig is beoordeeld met een B-status.
417
In 1913 bouwde Allan te Rotterdam de AB6 voor de Maas-Buurtspoorweg (MBS) waar het ingezet werd op de tramlijn Nijmegen-Venlo. Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 in de tweede klasse, daarnaast nog eens 12 staanplaatsen per balkon. In 1944 werd de AB6 bij de MBS terzijde gesteld en uiteindelijk in 1946 verkocht aan de NV. Rotterdamsche Stoomtram-Maatschappij (RTM).
Bij de RTM kreeg het rijtuig een kleine revisie, waarbij enkele dingen werden gewijzigd. De draaistellen werden omgespoord naar 1067 mm. Eveneens werd het tussenschot in de eerste klasse verwijderd. Het rijtuig werd voorzien van een luchtreminstallatie, doorvoerleiding voor vacuümrem, Rosé verwarmingsinstallatie (naast de stoomverwarming) en elektrische verlichting. Daarnaast vond ook een kleine herindeling plaats bij de raampartijen. Uiteindelijk kwam de MBS AB6 als RTM AB417 in 1946 in dienst.
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot 1963. In 1963 is de RTM AB417 gerestaureerd en in 1966 geschonken aan het Nederlands Spoorwegmuseum te Utrecht (NSM). Hier heeft het rijtuig jaren lang in de buitenlucht gestaan. In 2003 startte het NSM met een grootscheepse verbouwing, waarbij voor niet spoormaterieel geen ruimte meer was. De AB417 werd ondergebracht in de collectie van de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM). Op dit moment is het rijtuig niet rijvaardig te bewonderen, maar er bestaan concrete plannen (2007-2008) om het rijtuig weer rijvaardig te maken.
De RTM AB417 maakt deel uit van een reeks rijtuigen, die samen met de RTM M67, van cultuur historisch belang zijn. Ze vormen samen een tramstel wat zowel bij de MBS als ook de RTM werd gebruikt in de dienst. Daarnaast beschikt het rijtuig over de originele en authentieke elektrische installatie. Het rijtuig is beoordeeld met een A-status.
438
In 1949 omgebouwd vanaf de 336.
Eerste vorm van "container"-vervoer. De wagen bestaat uit een onderstel, waar zogenaamde laadkisten op staan. Op de RTM 1038 staat nu de RTM 903.
Replica nr. 6
291
Replica ex P 295
298
376
In 1906 bouwde la Haine St. Pierre de AB376 voor de NV. Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (RTM). De AB376 maakte onderdeel uit van de RTM standaardtype serie AB336-387. Bij aflevering had het rijtuig 14 zitplaatsen eerste klasse en 29 in de tweede klasse, daarnaast nog eens 12 staanplaatsen per balkon. Het rijtuig was voorzien van stoomverwarming en petroleumverlichting.
In 1943 werd het interieur van het rijtuig gemoderniseerd. De houten banken werden vervangen door stalen buizenframes met leerdoek overtrokken zittingen, geheel in coupé opstelling. Het aantal zitplaatsen daalde hiermee tot 12 eerste klasse en 24 tweede. Het houten tussenschot tussen de eerste en tweede klasse werd vervangen door glas en kreeg een klapdeur. De vloer werd bedekt met linoleum en de petroleumverlichting werd vervangen door gasverlichting.
Uiteindelijk heeft het rijtuig dienst gedaan tot 1963, tot aan de opheffing van de laatste RTM tramlijn. De RTM AB376 ging over naar de Tramweg Stichting (TS). Tegenwoordig is het rijtuig ondergebracht bij de Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij (S. v/h RTM).
De RTM AB376 behoort tot het type Métallurgique. Op dit moment is het rijtuig volledig gedemonteerd en in gebruik als platte wagen. De gasverlichting is nog aanwezig, maar van het interieur rest slechts één stoel. Het rijtuig is beoordeeld met een C-status.
Huidige kleur is in het grijs.
Werktram
De RTM 777 is in 2004 gebouwd door de RTM. De spoorkraan wordt tijdens onderhoud aan het spoor. Het betreft hier dus niet een historische opbject, maar puur een hulpmiddelen ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden.
Des al niet te min is het een zeer bijzondere "bouwsel" waar de oude RTM ook tevreden over zou zijn geweest.
De basis voor de kraan licht bij een oude defensie-kraan. Het geheel is op een platte wagen geplaatst. Het bijzondere hieraan is wel dat de kraan een kleine motor bezit, waardoor hij zelfstandig kan rijden.
De 777 vormt samen met de M1653 en een aantal werkwagens de "nieuwe" werktram van de RTM. Al deze objecten behoren dus niet tot het historische materieel, maar ontlasten dit wel.
Werktram
Gebouwd voor de werktram, ter ontlasting van historisch materieel
Werktram
De v/h/ RTM beschikt over een "nieuw" vervaardigde werktram. Hierdoor wordt het historische RTM materieel gespaard. De RTM 779 is hiervan een voorbeeld en is in 2004 door de werkplaats gebouwd.
Werktram
Werktram
RTM 903 is een zogenaamde laadkist. Bij de RTM was de eerste vorm van containervervoer te vinden. De laadkisten konden van platte wagens worden gehezen, op bijvoorbeeld vrachtauto's en schepen. Nu staat de 903 op de 1038. Op de foto is deze combinatie te zien.
Grasklokje · 107
Leyland/Den Oudsten RTM 107, ‘Grasklokje’, is een semi-toerbus uit een serie voor de RTM aangepaste standaardstreekbussen. Het is de laatste bus die in 1977 in RTM-uitmonstering aan de RTM is geleverd. Deze bus heeft aanvankelijk dienst gedaan in het groepsvervoer en als touringcar en later op diverse lijnen van de RTM, onder andere op de Trans Delta Express (Rotterdam – Zierikzee / Westerschouwen). De restauratie van deze bus is in het voorjaar van 2014 afgerond.
Als laatste nieuw aangekochte bus van de RTM, zag bus 107 op 1 april 1977 het levenslicht. Zoals bij de RTM gebruikelijk was werd deze bus voorzien van een afbeelding van een plant, namelijk het Grasklokje.
De bus kwam in de regio Hoekse Waard in dienst en werd in eerste instantie gebruikt als groepsvervoer, schoolreizen, dagtochten zoals de Trans Delta Expres en daarnaast voor zgn. spitsvervoer. In de normale dienstuitvoering is deze bus niet zoveel gebruikt, omdat de inrichting daar eigenlijk niet geschikt voor was. Dit heeft tot gevolg gehad dat de bus aan het einde van zijn diensttijd niet zoveel kilometers heeft gemaakt als de reguliere standaard bussen. Standplaats van de bus is altijd de stalling in Numansdorp geweest.
Door de fusie van ZWN kreeg deze bus in 1978 het ZWN nummer 2750.
Na 1987 werden besloten vervoer en dagtochten steeds minder interessant voor de ZWN, waardoor bussen als het "Grasklokje" niet optimaal konden worden ingezet. De inrichting van de bus liet immers eigenlijk niet toe dat reizigers op een vlotte wijze konden in/uitstappen.
De bus is in 1991 door de ZWN buiten dienst gesteld en zoals het toentertijd was, verkocht aan een bedrijf of particulier. Deze bus werd gekocht door een rijschool uit Zeeuws Vlaanderen, die de bus gebruikte als rijdend leslokaal voor theorielessen en aanvullende cursussen op het gebied van verkeerskennis. Eind jaren 90 was er blijkbaar bij de verkeersschool geen werk meer voor deze bus bij en kwam de bus in de vergeetheid terecht. Eigenlijk wist niemand meer wat die oude Leyland in een loods in Spijkenisse nu stond te doen. In 2003 is de bus door bemiddeling van Henk Kwakernaat bij de stichting RTM terecht gekomen, zodat de bus uit de handen van de sloper is gebleven en als nog kan worden gerestaureerd. Deze is in 2014 volledig afgerond, en weer dienstvaartig.
40
Van Oeveren 40 uit 1986, één van de laatste uit enkele series van de standaardstreekbussen van destijds (serie 3500-3938). Deze bus is van het type MB 200, gebouwd door Den Oudsten met een DAF-motor. Van Oeveren voerde met deze bus tot 2003 lijndiensten uit voor de ZWN en Connexxion, beide opvolgers van de RTM. Deze bus is aan de RTM geschonken in 2005 en is volledig bedrijfsvaardig.
Atalanta · 82
Pontbus RTM 82, ‘Atalanta‘ is onlangs uitwendig volledig gerestaureerd. De bus wordt als statisch object in het RTM-museum tentoon gesteld.
Bij de RTM (Rotterdamse Tramweg Maatschappij) kwamen in de jaren 1968 - 1970 in totaal 8 afwijkende standaardstreekbussen in dienst. Het waren frontstuurbussen met een carrosserie iets smaller dan gebruikelijk. Dit was omdat juist deze bussen gebruikt werden op lijndiensten over smalle wegen in de Hoekse Waard en in verband met de beperkte ruimte op de veerboot naar Dordrecht. Bij de RTM hadden de bussen de nummers 81 tot en met 88. Bij de fusie in 1977 waarbij een Zeeuws bedrijf ZWN ontstond, gingen er 7 mee over: helaas was RTM 81 in 1974 verongelukt. Herkenbaar waren de RTM-bussen aan de dier- en bloemennamen waarmee de bussen gesierd werden. De serie 81-88 had vlindernamen, de 82 werd "Atalanta" genoemd. Bij de ZWN werd de 82 opgenomen in het centrale systeem met nummer 6076.
Reeds in 1981 verkocht ZWN de serie. De 82 had sindsdien enkele eigenaren waaronder de Fa. Keulers in Oostburg en werd verbouwd tot camper, maar sinds 1998 is de bus van een particulier uit Den Bosch. Deze heeft de bus nog gebruikt voor reizen naar Spanje. Helaas heeft de bus, ruim 35 jaar oud, geen geldige APK meer. Later is de bus terug bij de Stichting voorheen RTM gekomen en wordt als statisch object in het museum geplaatst.
‘Bellewagen‘ uit 1947. De RTM heeft deze Austin brandweerauto met een aantal soortgenoten aangekocht uit de Britse legerdump. Er zat een grote bel op het dak van de cabine en een opening naar binnen. De bijrijder kon dan met een touw naar de klepel de bel bedienen. Vandaar de naam Bellewagen.
De ,,Bellewagen” is rijvaardig en er wordt incidenteel mee gereden. In juli 2012 is dit busje door de RDW goedgekeurd als personenauto (stationcar); er mogen dus maximaal acht passagiers mee worden vervoerd.
De RTM verzorgde ook verbindingen tussen de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden per schip. Een van de kleine vaartuigen uit de vloot van tientallen schepen is bij ons museum bewaard gebleven. Het schip is in de periode januari 2017 tot maart 2020 gerestaureerd bij de Menheerse Werf in Middelharnis. Het is teruggebracht in de oorspronkelijke staat van het bouwjaar 1932. De huidige ligplaats is in de jachthaven van Marina Port Zélande. Daarmee ligt het vlakbij het RTM-museum en kan van daaruit onderhouden worden.
Het schip is 9 meter lang en heeft een capaciteit van 10 passagiers die -zonodig overdekt- kunnen meevaren. Op afzienbare termijn kan op aanvraag het schip -met schipper- worden gehuurd voor een tochtje over de Grevelingen of daarbuiten.